‘De ongelovige Thomas heeft een punt’

Hierbij twee reacties op de boekrecensie van ‘De ongelovige Thomas heeft een punt’ uit Het Vrije Woord magazine van februari 2012.

Ik heb zonet uw recensie gelezen van het boek van Braeckman & Boudry. Uw evaluatie kan ik niet beoordelen, ik heb het immers zelf niet gelezen (mijn hersenen zijn niet zozeer gulzig op vlak van voeding, maar wel van kennis, dus hoop ik het boek natuurlijk te winnen….)
Twee zaken doken spontaan in mijn geest op.
Thomas. Zoals u misschien weet bestaat er een apocrief evangelie van Thomas. Dat evangelie bevat enkel uitspraken toegeschreven aan Jezus van Nazareth. Hij wordt in dit evngelie voorgesteld als een mystiek leraar en het hele verhaal over zijn dood en verrijzenis, dat zo een centraal element is van het christelijk geloof en theologie, komt in het geheel niet ter sprake. Dat leidt bij sommigen tot het vermoeden dat er in de beginperiode van het christendom volgelingen van Jezus waren die daar geen belang aan hechtten (aangeduid als ‘Thomas-christenen) en dat het verhaal van de ongelovige Thomas in het Johannes evangelie in feite een afrekening met hen was.
Ik ben het helemaal eens met je opmerkingen over marxisme. Maar Marx was in de eerste plaats een filosoof, net zoals Adam Smith, in een periode dat de economische wetenschap zich moest ontwikkelen. Marxisme is natuurlijk een breed verzamelbegrip geworden. De wereldsysteemanalyse van Wallerstein valt er ook onder en wordt dat door Braeckman ook als pseudowetenschap beschouwd? Voor zover de economie natuurlijk een wetenschap is. Het mensbeeld van de economie, de rationele homo economicus is toch wel betwistbaar. En om een voorbeeld van de ‘andere kant’ te nemen: Milton Friedman en het neoliberalisme: is dat wetenschap of ideologie? Er zal in het geval van menswetenschap een grijze zone blijven: bij menswetenschappen vallen onderzoeksobject en onderzoeker samen en menselijk gedrag bestuderen en verklaren is toch wel iets anders dan de beweging van hemellichaam voorspellen.

pascal versavel (24/02/2012)

———————————————————————————————————————————

Ik ben het natuurlijk eens met de stelling dat we ons te gemakkelijk laten verleiden door wat u in uw recensie “geluksbrengers ” noemt. Ook denk ik dat we zo goed mogelijk de rede en het gezond verstand moeten inschakelen bij de beoordeling ervan.

Wat betreft “de wetenschap” leren we dat de theorie moet gestaafd worden door alle mogelijke proefnemingen, en bij tegenspraak moet de theorie verworpen of bijgesteld worden. Ondertussen weten we dat, wat we theorie noemen, in feite slechts modellen zijn die de werkelijkheid omschrijven, en die naarmate de wetenschap vordert aangepast worden.
Zo spreken we over het Rutherfords atoommodel, dat ondertussen al werd aangepast door de aanname van quarks, antiquarks, materie antimaterie enz. Het model werd verder aangepast door het onzekerheidsprincipe van Heisenberg, en verder, als kers op de taart, waar Stephen Hawking ons leert over de “waarschijnlijkheid” van alle mogelijke paden die een materiedeeltje kan volgen. Voor een simpele geest als de mijne wordt dit mischien wel wat veel, maar we doen ons best.

Terug naar de geluksbrengers en de “pseudo-wetenschap”.
Nemen we als voorbeeld de astrologie. Voor alle duidelijkheid wil ik hier stellen dat ik daar absoluut geen geloof aan hecht, maar ik geef het toch graag als voorbeeld. Mensen worden bijna dagelijks geconfronteerd met astrologische voorspellingen, en voor wie er geloof aan hecht, kloppen ze ook. Het is te zeggen, we zien voorbeelden waar het “model” klopt, en daar waar het niet klopt, passen we zelf het model aan, of het is een uitzondering enz. Mischien zijn er wel karaktereigenschappen “statistisch” vast te stellen bij mensen die in een bepaald seizoen geboren werden. Dat deze karaktereigenschappen iets of wat met de stand van de sterren te maken hebben laat ik over aan de goedgelovigen. Het verschil tussen wetenschap en pseudo-wetenschap lijkt mij hier te zijn dat in het eerste geval de experimenten algemeen geldig moeten zijn, en in het tweede geval, ze enkel in de geest van de betrokkene geldig moeten zijn.

Hoe men het ook bekijkt, de mensen zijn gemakkelijker te overtuigen door eenvoudige modellen. Hierin ligt mischien wel het succes van deze psuedo-wetenschap. Ik denk niet, dat we mensen, die geloof hechten aan deze pseudo-wetenschappen, ervan kunnen overtuigen om er vanaf te stappen met het argument dat het niet wetenschappelijk is. Neen zo werkt het niet. Hoe spijtig we het ook mogen vinden, het is zo en niet anders.

Paul Van den Bossche (27/02/2012)

1 reactie op “‘De ongelovige Thomas heeft een punt’

  1. De auteurs stellen dat de theorieën van Marx degenereerden tot pseudowetenschap (p. 248-249) en de die-hard marxisten zochten naar verklaringen om de marxistische stellingen te vrijwaren van falsificatie.
    Zijn ideeën integraal als pseudowetenschap bestempelen lijkt me overdreven.
    Ik onderschrijf de mening van Björn Siffer als het gaat over de bruikbaarheid van Marx ideeën voor de analyse van het wereldsysteem.
    Het historisch determinisme waarbij de maatschappij een onafwendbaar verloop kent, werd terecht opgeborgen.
    In plaats van een klasseloze maatschappij te beogen zou de mens zich moeten inzetten voor een rechtvaardige wereldorde. Wat die moet worden weet ik zelf niet precies.Fenomenen zoals excessief winstbejag dat leidt tot de “accumulatie van kapitalen” met gekende machtsconcentraties, het “koopwarenfetisjisme”, de uitbuiting enz… zijn aan de orde in het huidig economisch wereldbestel. Trouwens topvertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties (in België) beroepen zich op het marxistisch gedachtegoed als ze geconfronteerd worden met recessie en crises. Zij beroepen zich “à la carte” op het economisch determinisme of anders gezegd marxisme wanneer het in hun kraam past om de conjuktuurcrises te verklaren.
    Zo zie je maar!

Reacties zijn gesloten.