Opinie • ‘Wiens vrijheid primeert?’ – Jurgen Slembrouck

Religieuze symbolen staan het vertrouwen in de dienstverlening in de weg, zegt Jurgen Slembrouck.

Opnieuw laait de discussie over de neutraliteit van de overheid op. Opnieuw op basis van valse tegenstellingen: kerststal versus hoofddoek, links versus rechts (DS 31 augustus). Zo lijkt het alsof er geen goede argumenten zijn voor een consequent neutraliteitsbeleid. Die zijn er nochtans wel.

In essentie draait de discussie om een conflict tussen de vrijheid van de burger en die van de ambtenaar. Primeert de godsdienstvrijheid van de ambtenaar of het zelfbeschikkingsrecht van de burger? In het licht van recente discussies: de vrijheid van de politievrouw om een hoofddoek te dragen, of de vrijheid van het meisje dat uitgehuwelijkt zal worden om zonder belemmeringen hulp te zoeken? Men kan opwerpen dat een hoofddoek toch niet de toegang tot het politiekantoor verspert. Natuurlijk niet. Maar levensbeschouwelijke symbolen kunnen toch een vrijheidsbelemmerend ­effect hebben. Dat heeft met de aard van levensbeschouwelijke opvattingen te maken. Van kindsbeen en in groep leert men door rituelen dat die opvattingen ‘waar’ zijn, voor ‘iedereen’ gelden en ook ‘goed’ zijn. Het zijn de moreel beladen waarheids- en universaliteitspretenties van levens­beschouwingen die maken dat ze de vrijheid kunnen beïnvloeden. Zo getuigden recent islamitische kinderen dat ze bang waren voor een straffende Allah en folteringen in het hellevuur. Die beschouwden ze als reëel bestaand. Voeg daar de islamitische visie op afvalligheid en groepsdruk aan toe en je begrijpt waarom je ex-moslims op één hand kunt tellen.

Uiteraard is dit effect een subjectieve aangelegenheid, maar het is wel objectief vast te stellen. In het domein van de psychologie van religie illustreren zogenaamde ‘priming studies’ de invloed van levensbeschouwelijke symbolen. De studie van Cavrak en Kleider-Offutt (2015) onderzocht de relatie tussen religieuze symbolen en moreel oordelen. Proefpersonen kregen ­onbewust een religieus symbool te zien zoals een kruis of een doornenkroon. Vervolgens werd hen gevraagd om gedragssituaties moreel in te schatten. De situaties varieerden van moreel wenselijk, over ambigu tot moreel laakbaar (bijvoorbeeld: vrijen met je partner, vrijen met een vriend(in), vrijen met een biologische verwante). Religieuze mensen die een religieus symbool te zien kregen, schatten de ambigue situaties als meer ongepast in dan religieuze mensen die een neutraal symbool genre @@@@@, ##### te zien kregen.

Rechter met kruisje

Behalve dit psychische aspect is er ook een politiek-institutionele reden om het belangenconflict in het voordeel van de burger te beslechten. Op tal van domeinen beschikt de overheid over een monopolie en dus over macht. De ambtenaar is gemachtigd om te beslissen in zaken van algemeen belang. Daardoor heeft de burger geen uitwijkmogelijkheid om bij wijze van spreken te ontsnappen aan de levensbeschouwelijk herkenbare ambtenaar. Omdat de burger van de ambtenaar afhankelijk is voor een bepaalde dienstverlening, ontmoeten ze elkaar niet als gelijken.

Beeld u een arts in die de euthanasievoorwaarden zou hebben geschonden en berecht wordt door een rechter met een kruisje op zijn toga. Of een twijfelende moslima die in de openbare bibliotheek het boek ‘De islam voor ongelovigen’ wil ontlenen en geconfronteerd wordt met een bibliotheekbediende in een zwarte chador. Of een devote moslim die door een bemiddelingsambtenaar in het gemeentehuis, waar een regenboogvlag uithangt, wordt uitgenodigd omdat hij ruzie heeft met zijn homoseksuele buren.

De invloed van levensbeschouwelijke tekens staat los van de intenties van de ambtenaar en de kwaliteit van de dienstverlening. Zelfs als de dienstverlening uitstekend verloopt, kan het vertrouwen in de dienstverlening door het niet-neutrale voorkomen van de ambtenaar worden aangetast. Een ambtenaar weigert in het algemeen belang en op objectieve gronden om de Marokkaanse bruid van de Belgische Saïd te erkennen. Zal die vertrouwen hebben in die beslissing wanneer de ambtenaar een T-shirt draagt met een Mohammed­cartoon?

Schijn van partijdigheid

De neutraliteitsplicht is enkel van toepassing op de overheid. In de privé en publieke sfeer mag de grootst mogelijke diversiteit bestaan. Die diversiteit mag ook zichtbaar zijn aan het loket, als ze betrekking heeft op eigenschappen die niet levensbeschouwelijk beladen zijn: huidskleur, gender, leeftijd, handicap. De recente diversiteitscampagne van de Vlaamse overheid waarop een ambtenaar met een hoofddoek figureert en waarin ze aangeeft dat haar voorkomen irrelevant is voor de kwaliteit van haar werk, is wel problematisch. In tegenstelling tot wat de campagne beweert, kan ze haar werk onmogelijk ‘goed’ doen als ze levensbeschouwelijk herkenbaar is. Deze campagne is in strijd met de letter en de geest van de deontologische code van het Vlaams Personeelsstatuut. Levensbeschouwelijke tekens worden er weliswaar niet expliciet verboden, maar personeelsleden wordt wel gevraagd om ‘elke schijn van partijdigheid te voorkomen’.

Gelet op het omstreden karakter van de neutraliteit is de bewuste campagne duidelijk politiek gemotiveerd. De afgebeelde ambtenaar treft geen schuld en er is geen reden om te twijfelen aan haar goede inborst. Maar ze werd, onder het mom van het algemeen belang, door de campagne­makers misbruikt om politiek te bedrijven.

Jurgen Slembrouck

Bron: De Standaard

Jurgen Slembrouck

1 reactie op “Opinie • ‘Wiens vrijheid primeert?’ – Jurgen Slembrouck

  1. wij hebben mensen als Jürgen nodig om deze kronkels van politieke spelletjes te ontwarren en duidelijk te maken . Vrijzinnigheid staat in ook voor neutraliteit en onpartijdigheid jetty roels

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>