Wat met GGO’s?

Hierbij een reactie op de artikels ‘GGO’s zijn nuttig’ en ‘De Vraag van 1 miljoen’ uit Het Vrije Woord magazine van februari 2012.

In het laatste Vrije Woord werden 2 bijdragen omtrent ggo’s gepubliceerd: ‘GGO’s zijn nuttig’ van Geert Angenon en ‘De Vraag van 1 miljoen’ van Bart Staes.
De eerste – de wetenschapper – focusseert zich vooral op de voordelen, de tweede – de politicus – belicht het maatschappelijke impact. Artikels met verschillende invalshoeken over hetzelfde thema zijn boeiend om lezen. Het gebruik van Ggo’s laat een zeer gekend paradigma zien: patenten en lobbygroepen maken de bevolking schatplichtig aan multinationals. Door hun middelen en hun schaalgrootte slagen dergelijke bedrijven er veelal in om het snelst(!) patenten uit te vaardigen. Wie in een bepaalde branche werkt zal vroeg of laat op analoge. “uitvindingen” terecht komen. In het geval van productontwikkeling mag de snelste van de ratrace de anderen aan zijn overwinning onderwerpen. In veel gevallen worden patenten gebruikt om de anderen te hinderen – een typisch recent voorbeeld is de werkwijze van Microsoft die makers van Android-toestellen overdreven hoge rechten doet betalen voor enkele onbeduidende patenten. Deze kapitaalkrachtige mastodonten kunnen een leger lobbygroepen financieren zodat zij een vrij ondemocratische politieke besluitvorming kunnen forceren. Zo is het ICT-beleid van de EU Microsoft bepaald en wordt iedere schamele poging om open-source uit te gaan proberen – om onafhankelijk van deze multinationals te raken – in de kiem gesmoord. Dergelijk sneeuwbal-effect doet de macht van de politiek naar de multinationals verschuiven. De vrijheid van de kapitaal-accumulaties en de afhankelijkheid van de burgers ervan, wordt de “vrije” markt genoemd. In die zin kan ik een stuk meegaan in de argumentatie van Bart Staes, daar waar Geert Angenon deze gevoelige snaar handig probeert te omzeilen met het verhaal van EMBRAPA.

Ik heb anderzijds een aantal problemen met de bezwaren van Bart Staes.
Zijn eerste bezwaar is een opsomming van enkele open vragen waarmee je alle kanten uit kan gaan: “Hoe ver kan de mensheid gaan in het ingrijpen van de natuur?” Ik geloof dat de redenen om lijfsbehoud van zowel individu als van samenleving als van toekomstige generaties voldoende krachtige argumenten zijn om in de natuur in te gaan grijpen. De auteur geeft trouwens geen redenen aan waarom de natuur – de grote fascist – niet doorkruist zou mogen worden. Dient men dan de deeltjesversneller in Genève stil te gaan leggen? Of moet men in geval van ziekte de natuur zijn gang laten gaan? Ik vrees dat die “sacraliteit” van de natuur een onhoudbaar argument is. Ook de vraag “Worden er met dit soort onderzoek grenzen overschreden?” is meer stemmingmakerij dan argumentatie. Over welke grenzen gaat het hier? Is onderzoek of het ontwikkelen van nieuwe producten niet altijd het overschrijden van een grens? Zelfs de laatste vraag “Kunnen we met genen doen wat we willen of moeten we dit plaatsen in een context van respect voor ons ecosysteem?” Ik had natuurlijk graag van de auteur zelf vernomen of we met genen kunnen doen wat we willen, maar uit de context leid ik af dat Bart Staes daar negatief tegenover staat. Maar een reden krijgen we helaas niet te lezen. En als ggo’s er kunnen voor zorgen dat er minder fungiciden in de landbouw gebruikt hoeven te worden, “respecteert” men daarmee niet meer het ecosysteem?
Bovendien bestaat er zo iets niet als “het” ecosysteem, maar kunnen we slechts spreken van een plaatselijke en tijdelijke evenwichtstoestand van de omgeving.

Argument 2. De gevolgen op lange termijn. Het risico is altijd tweedelig. Het kan een risico zijn iets te gaan gebruiken, maar het kan evengoed een groter risico zijn iets niet te gaan gebruiken. In het kader van de toenemende bevolking (waar is het respect van de mensen tegenover het ecosysteem gebleven?) zouden ggo’s wel eens de oplossing kunnen zijn om het voedselprobleem binnen de perken te houden. Men vergeet al te vaak dat de huidige industriële landbouw (met zijn nefaste impact op de leefomgeving) er anderzijds heeft kunnen voor zorgen dat de voorbije eeuw er in Europa nagenoeg geen voedselschaarste was. Het is evident dat het nemen van risico’s in deze materie om louter geldgewin door de samenleving tegengegaan dient te worden.

Argument 3. Ggo’s zorgen voor een verschraling van de biodiversiteit. Ik geloof dat deze bewering ook geldt voor de klassieke industriële landbouw. Het impact van de negatieve effecten van ggo’s op de volksgezondheid dient inderdaad grondig bestudeerd te worden – Geert Angenon heeft het in dat verband over “hinderpalen”. Het zou mij verwonderen dat er op grote schaal ggo’s ingezet worden, zonder dat daar de effecten aan de volksgezondheid afgetoetst werden. Indien niet, dan is er nog wat politiek werk aan de winkel! Het laatste zinnetje in die
paragraaf: “ Al bestaan er wel degelijk enkele verontrustende studies”
zou beter in een “Magazine voor vrijdenkers” geschrapt worden.

Argument 4. Onderzoek toont aan het 70% van de Europese burgers tegen ggo’s is. Dat is natuurlijk geen argument voor of tegen het gebruik van ggo’s. Het is een vaststelling van een heersende opinie over het vraagstuk. Ik kan mij inbeelden dat een politicus gevoelig is voor dergelijke feiten, maar het kan geenszins gebruikt worden om een gedegen oordeel over het gebruik van ggo’s te maken.

Argument 5. Daar kan ik volledig mee inkomen (zie mijn inleiding over patenten). In die zin dient de ontwikkeling van ggo’s volledig open source te gebeuren.

Argument 6. Ggo-landbouw is onverenigbaar met biologische of duurzame landbouw. Dat lijkt me in een aantal gevallen in tegenspraak met een aantal voorbeelden die Geert Angenon aanhaalde (ongevoeligheid voor plagen en insectenvraat). Men zal geval per geval dienen te beschouwen.
Ik denk dat het grootste obstakel in deze discussie hem zit in het feit dat men alle ggo’s over dezelfde kam gaat scheren. Door het polariseren kan men het kaf van het koren niet meer scheiden. Al met al vind ik het argument van het afhankelijk worden van grote industriële concerns het meest bezwarende element in deze discussie. Laat ons dan ook hopen dat dergelijk maatschappelijk hangijzer voldoende politieke aandacht gaat krijgen. De maatschappij schept de mogelijkheden om gedegen technische vaardigheden op te doen. De multinationals gebruiken vervolgens gratis die kennis en vaardigheden van de burgers om de samenleving aan hen schatplichtig te maken. Is dat geen ethisch probleem dat eens goed onder een politieke loep genomen zou mogen worden? Of hebben de lobbygroepen de ketenen al al te strak aangespannen om nog een open en vrij onderzoek in die materie te kunnen voeren?

Bernard Decock (07/03/2012)

4 reacties op “Wat met GGO’s?

  1. Vooreerst mijn complimenten voor de redactie van ‘Het Vrije Woord’ omdat ze over dit onderwerp twee tegengestelde standpunten aan bod liet komen. De ergernis die ik ondervond bij het lezen van het artikel van Bart Staes werd gelukkig geneutraliseerd toen ik met enige vertraging het meer rationele betoog van Dhr. Angenon onder ogen kreeg.
    Zoals Dhr. Decock het correct stelt houden de meeste argumenten van Staes geen steek en zijn ze meestal louter emotioneel en fundamentalistisch groen gekleurd. Milieuzorg en ethische bewaking van nieuwe technologieën verdienen zeker al onze aandacht, maar bepaalde groeperingen zijn wel ziekelijk overgevoelig en reageren allergisch op begrippen zoals ‘multinational, ‘kapitaal’, ‘industrie’, ‘technologie’ of zelfs ‘wetenschap’.
    De hamvraag is inderdaad in hoever de multinationals misbruik maken van deze technologische uitvindingen. Gaat het om feiten of zijn het weer eens ‘complottheorieën’ (‘De Ongelovige Thomas…’)? Vanavond gaat er over dit onderwerp in het Karel Cuypershuis een debat door en het zal voor de gespreksleider een eerste opdracht zijn om een duidelijk onderscheid te maken tussen dat mogelijke misbruik door industrie en multinationals enerzijds en de toepassing van dergelijke gentechnologieën anderzijds.

  2. Hierbij een poging om mijn verslag van 3,5 bladzijden een beetje in te korten…
    Deelnemers: Geert De Jaeger (GDJ)(researcher UGent), Steven Desanghere (SD)(Field Liberation Movement), Louis De Bruyn (LDB)(werkgroep Eigen Zaadteelt) en Geert Angenon (GA)(Save our Science VUB).
    Het debat wordt in goede banen geleid door moderator Karel Van Dinter (M).

    De belangrijkste standpunten van de 4 deelnemers aan het debat:

    A. De tegenstanders van GGO:
    LDB (werkgroep Eigen Zaadteelt): legt uitgebreid uit hoe ecosystemen met wilde en door de mens gecultiveerde planten ontstaan. Voor hem zijn ‘rasidentiteit’ en ons ‘ecologisch kapitaal’ belangrijk. Hij wil de term ‘sacraliteit van de natuur’ niet in de mond gelegd krijgen.
    Later houdt hij nog een erg technisch-wetenschappelijk discours over de bouw van de celkern en haar ‘specifieke concepten’ (mitochondrieën, messenger RNA,…). Hij is voorstander van de agro-ecologische benadering die rekening houdt met de kruisbaarheid van de organismen.
    Verder in de discussie vraagt hij zich af wat de meerwaarde is voor de mensen die van landbouw leven, want ‘de boer moet zwaar betalen voor zijn zaad’. Verder hebben volgens hem GGO’s een remmende werking op de biodiversiteit en veroorzaken ze een achteruitgang van de bodemvruchtbaarheid. Hij vindt het een nachtmerrie dat levende organismen gepatenteerd worden en klaagt aan dat bij de GGO-techniek invasief wordt ingegrepen door de celwand heen.

    SD (Field Liberation Movement): vindt GGO wel boeiend, maar volgens hem is de wetenschap nog niet matuur genoeg. Genen hebben meestal meer dan één invloed op het organismen en volgens hem bestaat over het effect van genmanipulatie nog te veel controverse. Verder bestaat er volgens hem een hoge druk op de experts van de EFSA (European Food Safety Authority).

    Tenslotte brengen beide heren nog het verhaal over de boer die Monsanto stuifmeel van koolzaad op zijn veld kreeg en daarvoor werd aangeklaagd, zelfmoorden in India die het gevolg zouden zijn van GGO’s en multinationals die verantwoordelijk zouden zijn voor ‘honderduizenden doden’.

    Vanuit de zaal komen nog vragen over onvoldoende voorzorgen (bijenkorf), de maatschappelijke geloofwaardigheid, de werking van de bioveiligheidsraad, de rol van de multinationals (reportage over Monsanto).

    B. De wetenschappers
    GA (SOS VUB): ziet GGO als een verbeterde techniek in het verlengde van de selectie en kruistechnieken die de mens gedurende 10.000 jaar heeft toegepast. GGO zorgt op zijn beurt voor verhoogde opbrengst en kwaliteit van de gewassen. Bij het toepassen van de traditionele kruisingen ontstaan bij het vermengen van genomen met zo’n 25000 genen heel wat meer ‘onzekerheden’ dan bij GGO. Wat de financiering betreft is de inbreng van de industrie perfect vergelijkbaar met andere takken van wetenschappelijk onderzoek (ca.15%) en er bestaat ook samenwerking met derdewereld landen. Op een betoog van LDB stelt hij dat GGO het pesticide en fungicidegebruik juist terug dringt en dat er ter vrijwaring van de biodiversiteit grote genenbanken bestaan die publiek toegankelijk zijn. Soms wordt er gepatenteerd, maar dat gebeurt onder andere ook bij alternatieve energie: er bestaan 135 patenten op zonne-energie, maar dat belet niet dat deze technologie in de praktijk nuttig gebruikt wordt. In tegenstelling met de voorstanders van Agro-ecologie werken zij hun wetenschappelijk onderzoek niet tegen.

    GDJ (UGent): stelt dat biotechnologen wél veel weten over genwerking en dat het veiligheidsprincipe hoog in het vaandel staat. Ze werken op voorhand gedetailleerde analyses uit en GGO biedt een betere controle en is zeker niet minder veilig dan bij geteelde organismen. Er wordt veel geld geïnvesteerd in veiligheidstesten (6 Mio euro). Veldproeven zijn voor biotechnologen levensnoodzakelijk. Het onderzoek wordt zelfstandig door wetenschappers gevoerd en hun resultaten kunnen onafhankelijk door collega’s getest worden (peer reviewed). De strenge veiligheidsregels (270 pagina’s) zijn er gekomen onder druk van de publieke opinie. Ook voor Gent bedraagt sponsoring vanuit grote bedrijven in ‘t algemeen zo’n 15%; 11-12% voor biotechnologie. GDJ weerlegt ook het verhaal van de boer versus Monsanto (er zou wel sprake zijn van bewuste selectie) en de zelfmoorden van Indiase boeren was het gevolg van een socio-economisch probleem (droogte). Wat het ‘invasief’ ingrijpen’ in de celkern betreft bewijst de endosymbiose in de natuur dat de kern geen gesloten entiteit is.

    Op vragen vanuit het publiek geven de wetenschappers nog volgende reacties:
    - zij trachten de angstpsychose te ontkrachten die LDB en SD rondstrooien.
    - in vergelijking met GGO was de teelt van de Toluca-aardappel genetisch gezien een echte knoeiboel. Die aardappel werd verkregen na een hele reeks kruisingen, zodat er niets geweten is over de geneninhoud. Toluca moest niet gekeurd worden door de veiligheidsraad.
    - het vermoeden dat ze voor multinationals werken klopt niet. Wetenschappers vinden dat ze positieve bijdragen leveren, ook al is er samenwerking met multi’s. Beide technologieën zijn een hulp voor het voedselprobleem.
    - dank zij GGO verbetert de opbrengst met 40-45% en verdubbelt het inkomen van boeren die in Burgina Fasso slechts sporadisch pesticiden moeten sproeien i.p.v. wekelijks.
    - Iemand uit het publiek heeft zich ter voorbereiding in deze materie verdiept en stelt nu vast dat de tegenstanders van GGO voornamelijk emotionele argumenten gebruiken, terwijl de wetenschappers met feitelijke kennis van zaken reageren.

    Willy Spaanbroek

  3. Bedankt Willy, voor deze kernachtige samenvatting. Het valt altijd moeilijk de emoties met de rede te weerleggen. Ik lees hier een aantal eigenaardige begrippen zoals ecologisch kapitaal, rasidentiteit en invasief ingrijpen door de celwand heen. In de normale werking van de cel is continue uitwisseling van stoffen door de celwand heen. Bij de bevruchting van de eicel grijpt er een invasie van de zaadcel door de celwand heen! Foei, foei, zaadcel!

Reacties zijn gesloten.